Herinvesteringsverplichting

Als de overdracht niet via een aandelentransactie gebeurt, maar dus tegen een bepaalde prijs, moet de woonactor die de woningen overdraagt en hiervoor geld ontvangt, de opbrengst van de overdracht in eerste instantie gebruiken om openstaande leningen bij het Vlaamse Gewest of de VMSW terug te betalen. Dit geldt voor alle sociale woonactoren, behalve voor de gemeenten en OCMW’s. In tweede instantie moet de overdrager de eventueel nog resterende middelen herinvesteren, om zo het aanbod van sociale huurwoningen in stand te houden of te vergroten. Hieronder leest u meer over deze herinvesteringsverplichting.

 

Wanneer u een sociale huurwoning niet langer verhuurt volgens de sociale huurreglementering uit boek 6 van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 is er een herinvesteringsplicht. Dit houdt in dat de initiatiefnemer dan de venale waarde van de sociale huurwoning in de sociale huisvestingssector moet herinvesteren, tenzij de woning leegstaat in afwachting van renovatie of sloop.

 

De herinvesteringsverplichting geldt voor initiatiefnemers vermeld in artikel 4.13, §1, eerste lid VCW: sociale woonorganisaties (de VMSW, een sociale huisvestingsmaatschappij, een woonmaatschappij, het Vlaams Woningfonds, een sociaal verhuurkantoor of een huurdersbond), gemeenten, intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, OCMW’s en welzijnsverenigingen. Opgelet: deze nieuwe herinvesteringsverplichting geldt onmiddellijk met de inwerkingtreding van het decreet houdende wijziging van diverse decreten met betrekking tot wonen. Deze herinvesteringsverplichting vervangt de al voor SHM’s bestaande herinvesteringsverplichting uit artikel 5.43 van het Besluit Vlaamse Codex Wonen.

 

De herinvesteringsverplichting geldt enkel voor sociale huurwoningen die een initiatiefnemer in eigendom heeft of waarop hij een opstalrecht of een erfpachtrecht heeft. Het is niet van toepassing op sociale huurwoningen die een initiatiefnemer enkel verhuurt. SVK-woningen waarvoor een hoofdhuurovereenkomst met een private eigenaar is afgesloten, vallen dus niet onder deze verplichting.

 

De herinvesteringsverplichting is enkel van toepassing op woningen die u niet langer sociaal verhuurt. De verplichting is dus niet van toepassing op overdrachten van lokale besturen naar woonmaatschappijen of op overdrachten tussen SHM’s, SHM’s en woonmaatschappijen, en woonmaatschappijen onderling.

 

Ook woningen die u tijdelijk buiten het sociale huurstelsel zou verhuren (en binnen het daartoe voorziene reglementaire kader van boek 6) vallen niet onder de herinvesteringsverplichting.

 

Wanneer de woning tijdelijk leegstaat, in afwachting van renovatie of sloop, geldt de herinvesteringsverplichting niet.

 

De invoering van de herinvesteringsverplichting moet voorkomen dat het aanbod aan sociale huurwoningen zou dalen en streeft ernaar om het sociale huurwoningaanbod minstens op peil te houden.

 

De herinvesteringsverplichting geldt voor alle initiatiefnemers als een nieuwe, autonome verplichting die onmiddellijk geldt voor alle sociale huurwoningen. Hierbij is het irrelevant of deze sociale huurwoningen al dan niet met overheidssubsidies werden gefinancierd.

 

Als u beslist om een sociale huurwoning, die gefinancierd is met subsidies, niet langer te verhuren als sociale huurwoning op een ogenblik dat de verbintenissentermijn nog niet is verstreken, dan moet u de subsidies niet terugbetalen als u voor deze woning voldoet aan herinvesteringsverplichting. Dit principe geldt voor subsidies waarbij het subsidiebesluit voorziet in een uitdrukkelijke verbintenissentermijn en voor subsidies waarbij een impliciete, oneindige verbintenissentermijn geldt.

 

U moet binnen een termijn van maximaal 5 jaar voldoen aan de herinvesteringsverplichting. De Vlaamse Regering bepaalt op welke manier u aan de herinvesteringsverplichting kan voldoen. De mogelijkheden tot herinvesteren zullen, in een uitvoeringsbesluit, breed worden ingevuld.

 

De toezichthouder staat in voor de handhaving van de herinvesteringsplicht. De toezichthouder beoordeelt de naleving van de herinvesteringsverplichting globaal. Hij controleert niet voor iedere woning afzonderlijk of er bij de verkoop een woning voor in de plaats is gekomen. U zal een verantwoording moeten geven voor woningen die (op basis van een jaarlijkse rapportering) niet langer sociaal verhuurd worden. Die uitleg moet passen binnen het principe van de herinvesteringsverplichting. Als u de herinvesteringsverplichting niet naleeft, kan de toezichthouder o.a. een administratieve geldboete opleggen overeenkomstig artikel 4.89 en artikel 4.90 van de Vlaamse Codex Wonen. Binnen een termijn van dertig dagen na kennisgeving door de toezichthouder kan tegen de oplegging van een administratieve geldboete beroep worden ingesteld, op de wijze die de Vlaamse Regering bepaalt.